Programma opleiding

Het Instituut Financiën en Zorgverlening biedt de mogelijkheid tot specialisatie. De deelnemer begint met de 3 startmodules en kan zich daarna specialiseren met modules 4 (Beschermingsbewind), 5 (Schuldhulpverlening) en 6 (Professioneel Mentorschap). Natuurlijk is het mogelijk om meerdere specialisaties te volgen. Het volgen van de startmodules met een specialisatiemodule geeft na positief afronden van het examen recht op een volwaardig Post-HBO diploma. Daarnaast is het ook mogelijk om de specialisatiemodule(s) te volgen zonder deelname aan de startmodules, deelnemers ontvangen dan een certificaat van deelname.

Startmodules:
Module 1: Juridisch Maatschappelijk kader – 2 contactdagen
Module 2: Klantencontact – 5 contactdagen
Module 3: Beroepsethiek – 1 contactdag

Specialisatiemodules:
Module 4: Beschermingsbewind – 6 contactdagen
Module 5: Schuldhulpverlening  – 6 contactdagen
Module 6: Professioneel Mentorschap – 6 contactdagen

Meer informatie vindt u hieronder bij de verschillende tabs.

Inhoud en Samenhang Financieel Zorgverlener (Module 1, 2, 3, 4 en/of 5)
De modules vormen één samenhangend geheel. Er wordt gewerkt met cases die in alle modules terugkomen. De cases zijn typerend voor wat de financieel zorgverlener in de beroepspraktijk tegen kan komen en zijn afkomstig uit de praktijk. De cases, complete dossiers, zijn richtinggevend binnen de opleiding.
Elke module start met het behandelen van het theoretisch kader. Vervolgens wordt de inhoud toegepast op wat het concreet betekent in de praktijk.

Bij de opleiding wordt gebruik gemaakt van een diversiteit aan literatuur en cursus/casusmateriaal te weten:
* Verschillende opleidingsmappen op maat (voor beide eindprofielen eigen opleidingsmappen)
* Tielens, J. “In gesprek met psychose” 2012 Utrecht: De Tijdstroom
* Mullainathan, S. en Shafir, E. ”Schaarste: Hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen” 2013 Maven Publishing
* Haster, D.: “Basisboek Integrale schuldhulpverlening”2013 Noordhoff Uitgevers

Inhoud en Samenhang Professioneel Mentorschap (Module 1, 2, 3 en 6)
De modules vormen één samenhangend geheel. Er wordt gewerkt met cases die in alle modules terugkomen. De cases zijn typerend voor wat de mentoren in de beroepspraktijk tegen kan komen en zijn afkomstig uit de praktijk. Onder andere de cases, dossiers en zorgplannen zijn richtinggevend binnen de opleiding.
Elke module start met het behandelen van het theoretisch kader. Vervolgens wordt de inhoud toegepast op wat het concreet betekent in de praktijk.

Bij de opleiding wordt gebruik gemaakt van een diversiteit aan literatuur en cursus/casusmateriaal te weten:
* Wetteksten en kleine Gids voor Nederlandse Sociale Zekerheid
* Wondere wereld van de dementie; Verbraeck, R en A vd Plaats, Reed Business Education
* Internet: http://www.alzheimerexperience.nl
* ‘De Kleine Gids Mensen met een licht verstandelijke beperking’
* ‘Niet sturende communicatie bij mensen met een licht verstandelijke beperking’
* ‘Richtlijn Effectieve Interventies LVB’ (uittreksel)
* Artikel: ‘Cliëntprofiel ‘Mensen met een licht verstandelijke beperking’
* Driehoekskunde van Chiel Egberts

Juridisch en maatschappelijk kader

De module wordt verzorgd in 2 contactdagen. Voor zelfstudie zijn ongeveer 20 uren nodig. Het betreft het bestuderen van de stof en het maken van een aantal opdrachten.

Het juridisch kader behandelt het hele scala aan mogelijkheden en onderlinge verschillen tussen schuldhulpverlening (preventief en curatief), WSNP, beschermingsbewind, mentorschap en curatele. Het is noodzakelijk om hier een goed beeld van te vormen omdat er in de praktijk veel onduidelijkheden blijken te zijn over verantwoordelijkheden, bevoegdheden en mogelijkheden. Tegelijk wordt hierbij de maatschappelijke context behandeld van het werkveld, het kunnen duiden van de ontwikkelingen in de afgelopen decennia is noodzakelijk om een goed besef te hebben van wat er speelt.

Eindtermen:

  • De deelnemer is in staat het juridisch kader van het werkveld te duiden.
  • De deelnemer begrijpt de maatschappelijke context van het werkveld.
  • De deelnemer kan aan de hand van casuïstiek onderbouwd aangeven welke maatregel past in verschillende cases.

Toetsing:
De toetsing vindt plaats aan de hand van een schriftelijke eindtoets en een praktijkopdracht. Als hulpbron bij de toetsing kunnen wetteksten worden gebruikt.

Leeractiviteiten:
Begeleid: deelnemers krijgen het studiemateriaal schriftelijk aangeboden. In de materialen zit een aantal opdrachten die moeten worden gemaakt. Het bespreken ervan vindt plaats in de werkcolleges tijdens de contactdagen.
Onbegeleid: de deelnemers lezen en bestuderen het studiemateriaal en maken een aantal opdrachten.

Docenten / trainers:
Dag 1: mr. Gert Jan Mulder
Dag 2: mr. Lisette Boonstra

Klantencontact

De module wordt verzorgd in 5 contactdagen. Voor zelfstudie zijn ongeveer 30 uren nodig. Het betreft het bestuderen van de stof en het maken van een aantal opdrachten. De opdrachten hebben betrekking op cases (vaardigheden) en op het reflecteren op het eigen handelen.

De inhoud van deze module is noodzakelijk om het werk als financieel zorgverlener goed uit te kunnen voeren. Klantencontact is belangrijk om de verworven kennis over te brengen naast commitment, contact, begeleiding en coaching van klant. Er wordt één contactdag besteed aan gespreksvoering, één dag aan beïnvloeden, commitment en begeleiden van cliënten, één dag aan grensoverschrijdend gedrag, één dag aan schriftelijke communicatie en conflicten en één dag aan psychiatrische ziektebeelden en verslaving.

Eindtermen:

  • De deelnemer kan een intakegesprek met een cliënt voeren en alle relevante informatie verzamelen.
  • De deelnemer kan contact opbouwen met een cliënt.
  • De deelnemer kan in voor de cliënt begrijpelijke bewoordingen uitleggen wat er gaat gebeuren.
  • De deelnemer kan slecht nieuws brengen op een acceptabele wijze.
  • De deelnemer kan de cliënt een gefundeerd en passend advies geven.
  • De deelnemer is in staat een cliënt te motiveren.
  • De deelnemer kan in het contact met de cliënt commitment verwerven.
  • De deelnemer kan grenzen aangeven.
  • De deelnemer kan adequaat reageren op grensoverschrijdend gedrag.
  • De deelnemer kan de belangrijkste psychiatrische stoornissen herkennen en daar op reageren.
  • De deelnemer kan brieven, mails, rapporten, memo’s en pleitnota’s in foutloos Nederlands op papier stellen.
  • De deelnemer kan het taalgebruik in zijn brieven, mails, rapporten, memo’s en pleitnota’s afstemmen op de ontvanger.
  • De deelnemer kan zijn brieven, mails, verzoekschriften en pleitnota’s op een functionele en aantrekkelijke wijze vorm geven.
  • De deelnemer kent de basisbegrippen uit de theorie over conflicten.
  • De deelnemer kent de verschillende conflictstijlen; kan deze herkennen en omschrijven.
  • De deelnemer kan aangeven wat de meest adequate conflictstijl is in een bepaalde conflictsituatie en kan deze toepassen.
  • De deelnemer heeft inzicht in de eigen conflictstijl en kan deze beschrijven en analyseren.

Toetsing:
De toetsing vindt plaats aan de hand van het schrijven van een paper plus een assessment tijdens de examendag.

Leeractiviteiten:
Begeleid: deelnemers krijgen het studiemateriaal schriftelijk aangeboden. In de materialen zitten een aantal opdrachten die gemaakt moeten worden. Het bespreken ervan vindt plaats tijdens de contactdagen.
Onbegeleid: de deelnemers lezen en bestuderen het studiemateriaal en leveren gemaakte opdrachten digitaal aan.

Docenten / trainers:
Berber Vonk en Henk Hiemstra (psychiatrie en verslaving).

Beroepsethiek

De module wordt verzorgd in 1 contactdag. Voor zelfstudie zijn ongeveer 20 uren nodig. Het betreft het bestuderen van de reader en twee boeken, het maken van een aantal casus-gerelateerde opdrachten en het schrijven van een paper.

De module beroepsethiek behandelt als basis de ethiek, met name rechtsethiek en zorgethiek, die gaat worden toegepast in de beroepsethiek van de financiële zorgverlener. Het gaat daarbij om het onderscheiden van praktische en juridische problemen binnen het werkveld van de financiële zorgverlener. Daarbij wordt inzichtelijk hoe een beeld kan worden gevormd van de morele keuzes die moeten worden gemaakt in de financiële zorgverlening. Tevens gaat het herkennen en erkennen van spanning tussen eigen overtuigingen en die van anderen. Daarnaast wordt er aandacht geschonken aan het feit hoe de keuzes worden verdedigd tegenover anderen zoals bijvoorbeeld cliënten, rechters en schuldeisers.

Eindtermen:

  • De deelnemer kan reflecteren op het eigen handelen.
  • De deelnemer kan het eigen handelen beargumenteren.
  • De deelnemer kan in dilemma’s een eigen positie innemen.
  • De deelnemer kan in contact met derden zijn positie gestalte geven.
  • De deelnemer kan vanuit zijn positie zijn grenzen bewaken.
  • De deelnemer is in staat om onder morele druk het werk uit te voeren.

Toetsing:
De toetsing vindt plaats aan de hand van het schrijven van een paper, uiterlijk 3 weken voor het examen. Hulpbronnen kunnen naar eigen inzicht worden gebruikt.

Leeractiviteiten:
Begeleid: deelnemers krijgen het studiemateriaal schriftelijk aangeboden. Het bespreken en bediscussiëren ervan vindt plaats tijdens de contactdagen.
Onbegeleid: de deelnemers lezen en bestuderen het studiemateriaal en leveren de paper digitaal aan.

Docenten / trainers:
Lucie Besselink en Berber Vonk

Beschermingsbewind

De module wordt verzorgd in 6 contactdagen. Voor zelfstudie zijn ongeveer 50 uren nodig. Het betreft het bestuderen van de stof en het maken van een aantal opdrachten.

De module Beschermingsbewind vormt de basis van het inhoudelijke deel van het werk van de bewindvoerder. Aan de orde komen inhoudelijke aspecten als dossieranalyse, het opstellen van een budgetplan en boedelbeschrijving. Ook fiscale aspecten en incasso en beslaglegging worden behandeld. Daarnaast is er ruimschoots aandacht voor de randvoorwaardelijke zaken als rekening en verantwoording en financiering van de activiteiten van de bewindvoerder. Tevens zal uitgebreid jurisprudentie worden besproken. Als opbouw voor de module is het stappenplan als uitgangspunt genomen.
Tijdens een van de dagen komt specifiek het onderdeel Belastingen aan de orde. Tevens is er een Capita Selecta praktijkdag opgenomen. Dit houdt in dat vier deskundigen die dag langskomen om over hun ervaringen te vertellen met beschermingsbewind. Vanuit hun beroep hebben zij raakvlakken met beschermingsbewind met betrekking tot hun dienstverlening. De deskundigen zijn:
* mr. Gea Haak (Notariaat Zuidlaren, Erfrecht en Personen & Familierecht);
* Patrick Wittebrood (gerechtsdeurwaarder);
* Gea de Groot en Henk Pieters (mentoren van Zorgkrachtondersteuning).

Eindtermen:

  • De deelnemer begrijpt de wet- en regelgeving en weet deze in de praktijk toe te passen.
  • De deelnemer is in staat stapsgewijs alle onderdelen van het proces van beschermingsbewind te beschrijven.
  • De deelnemer is in staat alle voorkomende werkzaamheden uit te voeren, zoals aan- en verkoop onroerend goed en afwikkeling nalatenschappen.
  • De deelnemer is in staat om de relatie met andere wetgeving goed te beoordelen en toe te passen. (bv: Belastingwetgeving en de Wet Werk & Bijstand)
  • De deelnemer is in staat om een dossier te analyseren op basis van een checklist.
  • De deelnemer is in staat een dossier aan te leggen.
  • De deelnemer is in staat aan de hand van een dossier een plan van aanpak te maken.
  • De deelnemer is in staat het plan van aanpak te bespreken met een cliënt.
  • De deelnemer is in staat om relevante taken op het gebied van Belastingwetgeving uit te voeren.
  • De deelnemer is in staat om de relatie met andere wetgeving goed te beoordelen en toe te passen. (bv: Belastingwetgeving en de Wet Werk & Bijstand)

Toetsing:
De toetsing vindt plaats aan de hand van een schriftelijke eindtoets en praktijkopdrachten die gemaakt moeten worden. Als hulpbron bij de toetsing kunnen digitale tools die vanaf de site te downloaden zijn, worden gebruikt .

Leeractiviteiten:
Begeleid: de deelnemers krijgen het studiemateriaal schriftelijk aangeboden. In de materialen zitten een aantal opdrachten die gemaakt moeten worden. Deze moeten schriftelijk of via mail bij de docent aangeleverd worden. Het bespreken er van vindt plaats tijdens de contactdagen.
Onbegeleid: de deelnemers lezen en bestuderen het studiemateriaal en leveren gemaakte opdrachten digitaal aan.

Docenten / trainers:
Taco Schaafsma en Marco Bronswijk

Schuldhulpverlening

De module wordt verzorgd in 6 contactdagen. Voor zelfstudie zijn ongeveer 40 uren nodig. Het betreft het bestuderen van de stof en het maken van een aantal opdrachten.

De module Schuldhulpverlening vormt de basis van het inhoudelijke deel van het werk van de schuldhulpverlener. Aan de orde komen inhoudelijke aspecten zoals aanmelding, intake, crisisinterventie en schuldenregelingen. Daarnaast is er ruimschoots aandacht voor de rand voorwaardelijke zaken. Er wordt gewerkt met een processchema dat de route laat zien die een cliënt met financiële problemen kan volgen. Hierbij komen vier thema´s aan de orde:
– Aanmelding en Intake
– Stabiliseren
– Oplossen
– Toekomst bieden

Voor het helpen van mensen met financiële problemen is er uitgebreide kennis nodig van financiën, wetten en regels. Communicatie is belangrijk om met cliënten, schuldeisers en andere betrokkenen gesprekken te voeren en waar nodig voet bij stuk te houden. Ook het zorgvuldig afwegen van verschillende, vaak zelfs tegenstrijdige, belangen is een onderdeel van het werk. Daarbij moet ook een hulpplan voor cliënten kunnen worden opgesteld en uitgevoerd.

Eindtermen:

  • De deelnemer kent de belangrijkste procedure en kan ze toepassen in het contact met een klant.
  • De deelnemer is in staat een analyse te maken van de situatie van klanten.
  • De deelnemer in staat een dossier aan te leggen.
  • De deelnemer is in staat een intakegesprek te voeren.
  • De deelnemer in staat aan de hand van een dossier een plan van aanpak te maken.
  • De deelnemer is in staat het plan van aanpak te bespreken met een cliënt.
  • De deelnemer is in staat de regie te houden in crisissituaties.
  • De deelnemer is in staat om in het contact met klanten perspectief te bieden.
  • De deelnemer is in staat om schuldregelingen te treffen.
  • De deelnemer is in staat voet bij stuk te houden.

Toetsing:
De toetsing vindt plaats aan de hand van een schriftelijke eindtoets en een praktijkopdracht. Bij deze toetsing kan geen gebruik gemaakt worden van hulpbronnen.

Leeractiviteiten :
Begeleid:  Deelnemers krijgen het studiemateriaal schriftelijk aangeboden. In de materialen zitten een aantal opdrachten die gemaakt moeten worden. Het bespreken ervan vindt plaats tijdens de contactdagen.
Onbegeleid: De deelnemers lezen en bestuderen het studiemateriaal en leveren gemaakte opdrachten digitaal aan.

Docenten / trainers:
mr. Gert Jan Mulder

 

Blok 1 Juridisch, maatschappelijke en Zorgkader Mentorschap
Het juridisch kader behandelt de maatschappelijke context van het werkveld van de mentor, het kunnen duiden van de ontwikkelingen in de afgelopen decennia is noodzakelijk om een goed besef te hebben van wat er speelt. Het gehele scala aan wet en regelgeving wordt behandeld (Wet op de Geneeskundige Behandeling, het Europees Verdrag v.d. rechten v.d. mens, de rechterlijke machtiging en de In Bewaring Stelling, de Wet Langdurige Zorg, de Wet Zorg en Dwang, dwangmiddelen in de BOPZ) en het Nederlandse zorgstelsel (o.a. de AwBZ, PGB etc).

Eindtermen:
De deelnemer in staat het juridisch kader van het werkveld te duiden.
De deelnemer begrijpt de maatschappelijke context van het werkveld.
De deelnemer kan aan de hand van casuïstiek onderbouwd aan te geven welke maatregel past in verschillende cases.

Toetsing:
De toetsing vindt plaats aan de hand van een schriftelijke kennistoets met open en MC vragen.

Leeractiviteiten:
Hoorcollege, werkcollege, groepsopdrachten en literatuurstudie.

Duur:
1 contactdag en 5 uur zelfstudie.

Docenten / trainers:
Mr. Loekie van der Heijden en Berber Vonk

 

Blok 2a Psychopathologie en Beperkingen
Ochtend: Alzheimer en Niet aangeboren hersenletsel
In korte tijd krijgen de deelnemers inzicht in de gevolgen van vormen van dementie en Niet Aangeboren Hersenletsel. Vanuit dit inzicht worden de gevolgen voor het eigen handelen besproken in het kader van mentorschap. Vervolgens spelen de twee begeleiders diverse casussen uit, waarbij de deelnemers moeten aangeven wat er volgens hen aan de hand is en hoe hierin gehandeld dient te worden en vanuit welk perspectief. Daarna worden deelnemers uitgedaagd om diverse benaderingswijzen uit te proberen, hetzij in de vorm van ‘regie-aanwijzingen’, hetzij in de vorm van zelf actief in een casus meespelen. Het gaat dan vooral om praktische handvaten om te kunnen omgaan met diverse gedragingen, die bij het ziektebeeld horen. Zo krijgt de deelnemer de kans om op zoek te gaan naar effectieve benaderingswijzen en hierin de eigen stijl en dilemma’s te ontdekken.

Eindtermen:
De deelnemer heeft kennis en vaardigheden m.b.t. de meest effectieve benaderingswijze van cliënten met o.a. dementie en niet aangeboren hersenletsel

Toetsing:
De toetsing vindt plaats aan de hand van een assessment waarbij kennis en vaardigheden worden getoetst.

Leeractiviteiten:
Werkcollege, werkgroepen, literatuurstudie, vaardigheden oefenen met acteur

Duur:
1 dagdeel en 1,5 uur zelfstudie.

Docenten / trainers:
Henk Hiemstra en Ton Kemp

 

Blok 2b Psychopathologie en Beperkingen
Middag: Licht verstandelijke beperking (LVB)
Aan de orde komen wat de kenmerken zijn van een licht verstandelijke beperking (LVB) op zowel cognitief als sociaal emotioneel gebied. Hoe werken deze kenmerken op elkaar in en wat zijn daarvan de gevolgen voor het functioneren: het ‘kunnen en aankunnen’. Behandeld wordt welke aanpassingen in communicatie en ondersteuning van belang zijn om te zorgen dat de cliënt met een LVB naar vermogen:
– kan vast stellen wat zijn behoefte is als het gaat om zorg en/of ondersteuning
– kan communiceren wat voor hem hierin van belang is
– naar vermogen opties op een rij kan zetten en daarin een keuze kan maken
– de taal van de mentor kan begrijpen.

De vaardigheden die hiervoor nodig zijn worden geoefend met een professioneel acteur.

Eindtermen:
– De deelnemer heeft kennis van de kenmerken van LVB, hoe deze kenmerken op elkaar inwerken en de gevolgen daarvan voor het functioneren.
– De deelnemer heeft kennis van wat nodig is om effectief te communiceren met een cliënt met een LVB, zodanig dat de cliënt een zo groot mogelijke invloed heeft in het contact met de mentor en de andere professionals die zorg en/of ondersteuning bieden aan de cliënt.

Toetsing:
De toetsing vindt plaats aan de hand van een assessment waarbij kennis en vaardigheden worden getoetst.

Leeractiviteiten:
Werkcollege, hoorcollege, literatuurstudie, gesprekken voeren met acteur en docent om vaardigheden te oefenen

Duur: 
1 dagdeel en 2 uur zelfstudie.

Docenten / trainers:
Mirjam Harmsen

 

Blok 3 en blok 4a Mentorschap
De module Mentorschap van A-Z vormt de basis van het inhoudelijke deel van het werk van de mentor. Kennis en vaardigheden zijn daarom een absolute must. De uitvoering van de kwaliteitseisen die de wetgever stelt aan de professionele mentor in de dagelijkse praktijk wordt doorgenomen. Aan de orde komen inhoudelijke aspecten als de intake, contact met cliënt, familie en begeleiders, zorg/behandelplan, dossieropbouw, verantwoording naar de rechtbank.

Eindtermen:
– De deelnemer kan in – voor de cliënt – begrijpelijke bewoordingen uitleggen wat er gaat gebeuren en kan in een intakegesprek met een cliënt en/of diens begeleider alle relevante informatie te verzamelen.
– De deelnemer kan contact opbouwen met een cliënt en de regie voeren over de zorg.
– De deelnemer kan zijn positie als wettelijk vertegenwoordiger en zijn rol als regisseur van de zorg neerzetten naar de cliënt, zijn begeleider en/of familie

Toetsing:
De toetsing vindt plaats aan de hand van een schriftelijke kennistoets met open en MC vragen waarbij het gaat om kennis en inzicht, schriftelijke praktijkopdracht met cases waarbij het gaat om kennis en inzicht en een assessment waarbij vaardigheden getoetst worden.

Leeractiviteiten:
werkcollege, hoorcollege, training, literatuurstudie, groepswerk

Duur:
1,5 contactdagen en 10 uur zelfstudie.

Docenten / trainers:
Gea de Groot en Henk Pieters

 

Blok 4b Driehoekskunde
Behandeld worden de principes van de Driehoekskunde, een visie die zich richt op het verbeteren van de samenwerking in de driehoek cliënt – familie/netwerk – professional. Waar de kerndriehoek veelal wordt gevormd met de persoonlijk begeleider, heeft ook de mentor een duidelijk te onderscheiden, eigen positie. En net als de begeleider krijgt ook de mentor te maken met de uitdaging die loyaliteit heet. De handvatten die worden aangereikt zijn toepasbaar in de dagelijkse praktijk van de mentor.

Eindtermen:
– De deelnemer heeft kennis genomen van de visie Driehoekskunde, en
– is in staat casuïstiek vanuit die principes te benaderen.

Toetsing:
De toetsing vindt plaats aan de hand van een schriftelijke praktijkopdracht met cases waarbij het gaat om kennis en inzicht en een assessment waarbij vaardigheden getoetst worden.

Leeractiviteiten:
Hoorcollege, werkcollege en training

Duur:
1 dagdeel en 4 uur zelfstudie.

Docent:
Sjoerd Egberts

 

Blok 5 Ethiek in de zorg
De module Ethiek in de Zorg borduurt voort op de kennis van beroepsethiek (module 3). Vanuit de ethische beginselen, rechtsethiek en zorgethiek wordt specifiek aandacht besteed aan ethische vraagstukken waar de mentor mee te maken kan krijgen. Via o.a. de argumentatieleer krijgt de deelnemer handvatten om dilemma’s naast toepassing van kennis ook via de vorm tot keuzes te komen.

Eindtermen:
– De deelnemer is in staat de grondbeginselen van de theorie toe te passen op het eigen handelen.
– De deelnemer is in staat om het eigen handelen als mentor te beargumenteren.
– De deelnemer is in staat om op het eigen handelen als mentor te reflecteren.
– De deelnemer is in staat om dilemma’s te analyseren.
– De deelnemer is in staat om als onafhankelijk denker zijn eigen oordeel te vormen.
– De deelnemer is in staat om zijn zienswijze goed, zowel schriftelijk als mondeling te communiceren met diverse stakeholders

Toetsing:
De toetsing vindt plaats aan de hand van het schrijven van een paper/essay die voor het examen met een voldoende moet zijn beoordeeld volgens de beoordelingscriteria.

Leeractiviteiten:
Literatuurstudie, hoorcollege, werkcollege en training

Duur:
1 contactdag en 12 uur zelfstudie.

Docent:
dr. Els Maeckelberghe

 

Blok 6 Training Mentorschap
Vaardigheden professionele mentor trainen: Klantencontact, contact met familie/netwerk, conflicthantering en verwachtingen management.
Ochtend: ontmoeting cliënt
Middag: conflicten in de hiërarchie/familie

Eindtermen:
– De deelnemer is in staat de verwachtingen van cliënt en andere betrokken partijen te managen.
– De deelnemer kan grenzen aangeven.
– De deelnemer kan adequaat reageren op grensoverschrijdend gedrag.
– De deelnemer is in staat om tegenstrijdige belangen zo te buigen dat er te allen tijde in de geest van cliënt gehandeld en behandeld wordt.
– De deelnemer is in staat zich als professionele mentor namens de cliënt te handelen en te beslissen over de zorg, ook als er sprake is van een conflict of meningsverschil met familie en/of behandelaar.
– De deelnemer kan slecht nieuws te brengen op een acceptabele wijze.
– De deelnemer kan de cliënt een gefundeerd en passend advies geven.
– De deelnemer is in staat een cliënt te motiveren.

Toetsing:
De toetsing vindt plaatst aan de hand van een assessment waarbij kennis en vaardigheden worden getoetst.

Leeractiviteiten:
werkcollege, training, werken met acteur

Duur:
1 contactdagen en 4 uur zelfstudie.

Docent:
Berber Vonk en Henk Pieters